Resonantiemarketing in Pyongyang

Training in Noord-Korea geven

Op 12 mei reisde ik af naar Pyongyang om een serie trainingen te geven over de ontwikkeling van toerisme in Noord Korea. Choson Minjujui Inmin Kongwaguk is de officiële naam van Noord Korea, de Democratische Volksrepubliek Korea en de officiële president, Kim Il Sung is al jaren dood.

 

Elke ochtend en elke avond weerklinkt in Pyongyang het lied "Where are you General?" door de hele stad.

 

Ons onderkomen is het "Pyongyang Hotel" waar gelukkig geen toeristen zitten maar vooral etnische Koreanen uit Japan die verenigd zijn in de pro Noord Koreaanse "Chongryon".
Gelukkig heb ik van te voren wat Koreaans geleerd en kan een een simpel gesprekje voeren. Al ras blijkt dat mijn Koreaans toch erg Zuid Koreaans is en voor Noord Koreaanse maatstaven veel te informeel is. Noord Koreanen zien het gangbare Zuid Koreaans als erg verwijfd en ongepast. De Koreaanse cultuur kent een enorme hiërarchie die ook in de taal tot uitdrukking komt. Het Zuid Koreaans is voor hen veel te informeel. Ook zijn er veel Engelse leenwoorden die in Noord Korea niet bestaan. Gelukkig leert onze begeleider mij graag Koreaans en na een paar dagen krijg ik al complimenten over mijn goeie uitspraak.

 

De grammatica van de cultuur

 

Nu is het geven van complimenten wel een typisch Aziatisch gebruik. Ren Ching Wei, heet het in het Chinees en dat betekent zoveel als "iemand gezicht geven". Je kunt gezicht verliezen maar je kunt het ook krijgen.
Complimenten dienen altijd geweigerd te worden. In het Chinees zeg je dan: "Na li, Na Li" dat zoveel betekent als "Het is niet zo." In Taiwan leerde ik dat ik bij het mijzelf voorstellen ook "Wo pi Xing Koeman" moest zeggen. Dat betekent dan zoveel als mijn nietswaardige naam is Koeman. Bescheidenheid is een grote deugd in vele delen van Azië.

 

Stephen Covey heeft als een van zijn zeven regels voor leiderschap: ‘Probeer eerst te begrijpen en dan pas zelf begrepen te worden.’ Ik pas die regel in mijn werk altijd toe en besloot mij te verdiepen in Noord-Koreaanse propaganda. Het verschil tussen propaganda en goede marketing ligt volgens mij niet ver uit elkaar, en hoe meer ik lees, hoe meer ik denk dat Noord-Korea eigenlijk niet zozeer als land, maar als een supergroot bedrijf gezien kan worden. Een supergroot bedrijf waarin al die afdelingen (ministeries) niet zo vreselijk goed met elkaar samenwerken. En net als bij elk ander bedrijf heb je ruzietjes en tegenstellingen tussen de buitendienst en de binnendienst, spanningen tussen operations en productontwikkeling, en een mopperende logistieke afdeling.

 

Sfeer van onzekerheid

 

Al lezende kom ik erachter dat er in het bedrijf Noord-Korea steeds weer een balans gevonden moet worden tussen drie afdelingen: het leger, de partij en het kabinet. Ik ben gast van de laatste afdeling en dat betekent dat de eerste twee afdelingen mijn activiteiten daar waarschijnlijk een minder warm hart toedragen. Het grote partijcongres in Pyongyang is net ten einde en het management van Noord-Korea heeft ‘honderd dagen van loyaliteit’ als bedrijfsprogramma afgekondigd. En omdat loyaliteit een erg rekbaar begrip is, ga ik ervan uit dat mijn training best weleens in een sfeer van onzekerheid kan plaatsvinden.

Als ik de zaal binnenkom zitten daar ongeveer 100 deelnemers waarvan een groot deel een soort Mao jasje draagt. In Korea heet dat 'Inmin Pok" en naast het Mao jasje bestaat er dan ook nog een jasje dat Kim Jong Il altijd droeg maar wat volgens mij alleen door oudere mannen gedragen wordt.

Verder draagt iedereen een badge met de afbeelding van Kim Il Sung, Kim Il Sung met Kim Jong Il of alleen Kim Jong Il. Het verhaal gaat dat Noord-Koreanen aan het soort badge kunnen zien wat de status van de drager is, maar ik kwam op het platteland bij de stad Wonsan een boer tegen die dezelfde badge droeg als twee managers die ik als deelnemers in de groep had.

 

De Training zelf

De training vindt plaats in het 'Grand People's Study House' in het hartje van Pyongyang, vlak achter het podium waarop de leiders de grote parades bekijken. Vanuit de zaal heb je dan ook een mooi uitzicht over het immens grote Kim Il Sung plein. 

 

 

Ik begin de workshop met een citaat van de grote leider Kim Il Sung waarin hij zegt dat mensen die in de openbare dienstverlening werken, extra hun best moeten doen om de klanten te helpen en dat zij hun producten aantrekkelijk moeten uitstallen, zodat mensen ze graag willen kopen. Als mijn tolk het citaat vertaald heeft, volgt een denderend applaus. Ik zie vriendelijke gezichten en vooral de deelnemers in de voorste rijen zijn nu vol aandacht. Mensen maken meer oogcontact en glimlachen ook. Bij een foto in mijn presentatie wordt mijn vertaalster erg zenuwachtig. er staat een blonde dame op die haar arm om een militair geslagen heeft. Het blijkt dat militairen nooit gefotografeerd mogen worden, dus ik ga snel door naar de volgende slide. Het lastige is dat ik niet weet wie de deelnemers zijn, wat hun ervaring en kennis is op het gebied van marketing en of ik daarbij we aansluiting maak. Uit ervaring in Taiwan en Indonesië weet ik dat deelnemers weinig signalen afgeven. Ook al sta je de grootste onzin te verkondigen, mensen blijven aandachtig luisteren.     


Omdat deze reeks workshops door het ministerie van toerisme georganiseerd is, krijgen we enorm veel vrijheid. we mogen (onder begeleiding) vele kilometers door Pyongyang wandelen en samen met mijn collega trainer uit Hong Kong glippen we onopgemerkt winkeltjes en restaurantjes binnen om te kijken hoe het daar is. Onze goedmoedige gids koopt voor ons een lokaal ijsje in een zaak waar buitenlanders niet mogen komen en we praten wat met de verkoopsters die in hun sas zijn als wij de ijsjes lekker vinden. De winkels lijken goed gevuld al moeten klanten wel op de verval datum van etenswaren letten.

 


Reactie schrijven

Commentaren: 0